Monumenten in beeld

 


Het markante Huis Westerbeek heeft de Maatschappij van Weldadigheid sinds 1818 in haar bezit. Eerst verschaft het bescheiden landhuis onderdak aan Johannes van den Bosch. Nu is het in gebruik als kantoor van de Maatschappij.


Hotel Frederiksoord wordt eind 18e eeuw door Nicolaas van Heloma, de toenmalige eigenaar van Landgoed Westerbeecksloot, gesticht als logement. Na overname door de Maatschappij van Weldadigheid wordt het de vaste vergaderplaats van haar bestuurders. De exploitatie van het hotel is in particuliere handen.


Rustoord I 
onderstreept het belang dat de Maatschappij van Weldadigheid toekende aan goede zorg. Deze bejaardenwoningen zijn de eerste in Nederland (1893). In 1975 is het gebouw ingrijpend gerestaureerd en gesplitst in vier woningen die verhuurd worden.


De voormalige bosbouwschool
dateert van 1887 en wordt gesticht dankzij een gift van Majoor van Swieten. De school geeft invulling aan het belang dat de Maatschappij van Weldadigheid hecht aan goede scholing: een speerpunt in het ‘heropvoedingsbeleid’ binnen de koloniën. Het pand wordt sinds de restauratie in 1975 verhuurd voor bewoning.


De G.A. van Swieten Tuinbouwschool
is opgericht door Majoor van Swieten ter nagedachtenis aan zijn te vroeg gestorven zoon. Deze tuinbouwschool levert hooggekwalificeerde mensen af en heeft daarmee internationale faam verworven. De activiteiten zijn pas recent verplaatst naar Meppel.


Het voormalige schooltje in Wilhelminaoord,  gebouwd in 1821, wordt niet alleen gebruikt voor onderwijs, maar ook voor kerkdiensten.


Het voormalige schooltje in Boschoord staat als Rijksschool III bekend om haar goede voorzieningen en leermiddelen. Na een grondige restauratie heeft het gebouw een nieuwe bestemming als atelier gevonden.


Deze eenvoudige schoolmeesterswoning hoort bij de Rijksschool III en wordt nu verhuurd.


De schuur van Hoeve Willem III is gebouwd in 1865. Het bedrijf staat model voor het schaalvergrotingsbeleid dat vanaf 1859 gehanteerd wordt en heeft binnen de bedrijfsvoering van de Maatschappij altijd een modelfunctie vervuld. De boerderij is nog steeds in functie.


Hoeve Prinses Marianne dateert van 1913 en is nog steeds in bedrijf als landbouwbedrijf. De naam is aanvankelijk “Hoeve de Dankbaarheid”, totdat blijkt dat de anonieme gift voor de bouw ervan afkomstig is van Prinses Marianne. Na haar overlijden is de naam van de hoeve veranderd.


Hooi- of graanschuren als deze staan bij de zes grote boerderijen van de Maatschappij van Weldadigheid. Dit exemplaar stamt uit de tijd van de stichting van de oorspronkelijke boerderij (1864) en is de enig overgeblevene van de destijds twaalf aanwezige schuren.


Deze koloniale boerderij van rond 1900 is er één van de tien die in de tijd van de schaalvergroting wordt gebouwd. Door hogere efficiency worden landbouwopbrengsten verveelvoudigd.


Ambtenarenhuisjes worden gebouwd voor de schrijvers, wijkmeesters en andere notabelen van de koloniën. Ze zijn volledig in steen opgetrokken en grond voor akkerbouw ontbreekt.


De voormalige mandenmakerij/weverij/smederij voorziet in de behoefte om kolonisten die niet in staat zijn zware landarbeid te verrichten, andere werkzaamheden aan te bieden.


Het kiemhuis vervult een belangrijke rol bij het bewaren van de zelfgeteelde aardappelen. Het gebouw raakt in verval, maar wordt gerestaureerd en zal gebruikt gaan worden voor reïntegratiewerkzaamheden in de sfeer van landschapsonderhoud.


De voormalige timmerwinkel is destijds in gebruik als timmer- en onderhoudswerkplaats van de Maatschappij van Weldadigheid. Tegenwoordig biedt het pand onderdak aan het Museum de Koloniehof waar de moderne expositie het verhaal vertelt over het wonen en werken van de kolonistengezinnen.


Het Koloniekerkje op de grens van Frederiksoord en Wilhelminaoord is in 1851 gebouwd om invulling te geven aan de kerkplicht binnen de koloniën. Het is tot 2009 in gebruik geweest bij de Hervormde Gemeente. Tegenwoordig wordt het ingezet voor feestelijke, plechtige en educatieve bijeenkomsten.


De pastorie naast het kerkje dateert van 1912 en wordt ook tot de opheffing van de kerkelijke functie bewoond door de dominee.